Asal Oesoel

Over Indische Familiegeschiedenis & Genealogie

Wie was Dé-Lilah?

Een genealogische zoektocht naar de herkomst van een vergeten Indische schrijfster

Door: Adriaan Intveld

Tijdens de IGV ledenvergadering van 2012 gaf Alfred Birney een lezing over zijn boeken Rivier de Lossie, Rivier de IJssel en Rivier de Brantas. Zijn nieuwste boek, De dubieuzen, bleef echter onbesproken. In dit prachtboek wordt een lans gebroken voor de wat onbekendere Indische schrijvers van Indo-Europese afkomst. Eén van hen was Dé-Lilah, pseudoniem van Lucy van Renesse.

de-lilhah-in-kimono-1901

Dé-Lilah in kimono (± 1901)

In bovengenoemd boek besteedt Birney ruim 60 pagina’s aan haar onbekende, maar omvangrijke oeuvre. Tussen 1897 en 1901 publiceerde Dé-Lilah een zestal boeken met een totale omvang van ruim 2000 pagina’s. Hoewel deze boeken volgens kenners niet tot de hoogstaande literatuur gerekend mogen worden, zijn ze zeker vanuit een historisch perspectief interessant, daar de schrijfster – als één van de weinigen – onverbloemd enige misstanden in de koloniale samenleving aan de kaak stelt, zoals de gebruikelijke mishandeling van koelies op de tabaksplantages in Deli en de seksuele uitbuiting van niet-Europese vrouwen.

Toch blijft ook Birney, net als zijn voorgangers Van de Loo en Van den Berg (haar herontdekker), het antwoord schuldig op de vraag wie deze mysterieuze dame nu eigenlijk was.

Bovenstaande publicisten vermoeden dat zij rond 1850 in Probolinggo werd geboren als dochter van een Engelse vader en een Indo-Europese moeder. Na een schoolopleiding in Nederland, keerde zij naar Nederlandsch-Indië terug, trouwde op twintigjarige leeftijd met een tabaksadministrateur uit Deli, ‘Frans’ Van Renesse genaamd, en kreeg met hem vijf kinderen. Waar en wanneer zij overleed, was hen onbekend, evenals wat haar meisjesnaam was en hoe haar ouders heetten. In het onderstaande wordt getracht deze vragen te beantwoorden.

Een rijke genealogische bron zijn de Indische dagbladen, waarvan een flink aantal online te raadplegen is via de website van de Koninklijke Bibliotheek. Zoeken op de naam De-Lilah gaf de bevestiging dat ‘Mevrouw Lucy van Renesse’ schreef onder de ‘schuilnaam De’-lilah’ blijkens dit bericht in Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië van 4 december 1906:

lucy-van-renesse-overlijden

Verder in de CBG-collectie met familieadvertenties zoekend op haar mans naam vond ik haar overlijdensadvertentie met vermelding van haar meisjesnaam Johnston:

lucy-van-renesse-johnston-rouwadvertentie

Doorzoeken van de DVD Regerings-Almanak van Nederlandsch-Indië 1815-1942 leverde haar geboorteplaats- en datum op (Grissee 1862, dus niet Probolinggo omstreeks 1850) en gegevens met betrekking tot haar huwelijk en kinderen. Haar vader was vermoedelijk John Johnston, de enige Johnston die ten tijde van haar geboorte in Grissee woonde. Overigens verbleven er op Java twee personen die de naam John Johnston droegen (vermoedelijk vader en zoon) en die respectievelijk in 1885 en 1894 overleden. Verder is bekend dat John Johnston na Lucy’s geboorte twee maal trouwde [1]. Wellicht was Lucy dus niet de vrucht van een wettig huwelijk en was haar moeder een inlandse of Indo-Europese met wie haar vader voor diens eerste huwelijk ongehuwd samenleefde. Uit het feit dat haar geboorte wordt vermeld in de almanak voor 1863 zou echter kunnen worden opgemaakt dat zij wel uit een wettig huwelijk werd geboren. Het mysterie rond haar afkomst is dus nog steeds niet helemaal opgelost.

Fragmentgenealogie:

Lucy Johnston, geb. Grissee 6 april 1862, schrijfster (pseudoniem: Dé-Lilah), overl. Singapore (Straits Settlements) 18 nov. 1906, dr. van John Johnston en N.N., tr. Loemadjang 2 juli 1881 Ernest Jean Baptiste van Renesse, geb. …, tabaksplanter in Deli, later vendu- en hotelhouder te Medan, overl. Medan 11 jan. 1899, zn. van …

Kinderen uit dit huwelijk:

  1. Alexander Maximiliaan Waldemar van Renesse, geb. Boven-Langkat 28 juni 1882, officier O.I.L., overl. Haarlem 14 sept. 1943, tr. Batavia 25 mrt. 1906 Bertha Johanna Wiemans, geb. Batavia 4 febr. 1885, overl. ‘s-Gravenhage 17 sept. 1966, dr. van (waarsch.) Anthon Joan Gerard Andries Wiemans en Emilie Adolfien von de Wal.
  2. Julie Ernestine Lucy van Renesse, geb. Laboean (Deli) 29 juni 1883, overl. ald. 5 mei 1884.
  3. N.J. van Renesse (meisje), geb…., overl. …
  4. Ernest Jean Baptiste van Renesse, geb. Medan 7 aug. 1886, overl. ald. 10 aug. 1886.
  5. Lucille Beatrice van Renesse, geb. Medan 20 febr. 1888, overl. …

[1] John Johnston, geb. Batavia 8 aug. 1843 (zn. van wellicht William Woods Johnston, M.D. en N.N.), overl. Soerabaja 5 aug. 1885 of 17 okt. 1894, tr. 1e Pasoeroean 10 mei 1867 Wilhelmina Louisa van Vollenhoven, geb. Rotterdam 6 maart 1832, overl. Soerabaja 19 nov. 1872, dr. van Cornelis van Vollenhoven en Jeannette Christina Baud; tr. 2e Soerabaja 24 dec. 1873 (Javabode, 6 jan. 1874) Sara Antonia Witzenrath, geb. Dordrecht 4 juli 1857, woonde als weduwe te Prigen bij Bangil (Pasoeroean) (1907…1930), overl. verm. Prigen omstr. 1930/1931, dr. van Johan Peter Witzenrath en Sara Harmsen. Vermoedelijk erkende hij voor zijn beide huwelijken een kind (Lucy) of kinderen (Lucy en John) van een inlandse of Indo-Europese vrouw. William Woods Johnston (2 febr. 1813-?), zn. van Robert Johnston (Dailly, Ayrshire, Schotland 10 mei 1783-Londen 6 aug. 1856) en Mary Woods (dr. van John Woods), verbleef op Java (te Batavia) tweede helft 1843-begin 1858 (ruim 14 jaar), daarna in Europa.

Bibliografie:

  • Gecompromitteerd, 320 blz., Arnhem, P. Gouda Quint, 1897.
  • Hans Tongka’s carrière, twee delen, 257 blz. & 335 blz., Utrecht, Honig, 1989
  • Een Indisch dozijntje, 347 blz., Utrecht, Honig, 1898
  • Mevrouw Klausine Klobben op Java, twee delen, 240 blz. & 247 blz., Utrecht, Honig, 1899
  • B.B. Kongsie, twee delen, 224 blz. & 226 blz., Utrecht, Honig, 1900
  • Madame Caprice, twee delen, 240 blz. & 260 blz., Utrecht, Honig, 1901

gecompromitteerd

Secundaire literatuur:

  • Berg, Joop van den. Dé-Lilah, een vergeten schrijfster van ruim 2000 pagina’s Indisch proza, in: Indische Letteren (12e jrg.) nr. 2, 1997.
  • Birney, Alfred. De dubieuzen. Wat Multatuli, Daum en Coupereus ons niet vertelden (en wij niet konden lezen). Haarlem, In de Knipscheer: 2012.
  • Loo, Vilan van de. Dé-Lilah (ca. 1850-?) in: Moesson (46e jrg.) nr. 9, 2002.
> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

Familiewapen Dezentje

Dezentje

Op goud een rode leeuw en een blauw schildhoofd, beladen met een stralende zon aan weerszijden vergezeld van een lelie, alles van goud. Helmteken: de lelie van het schild. Helmkleden: blauw, gevoerd van goud.

Bron: www.de-paula-lopes.nl (wapenafbeelding); Heraldische Databank van het Centraal Bureau voor Genealogie (lakzegel).

De familie Dezentje stamt af van Johan Frans Dessonjé (overl. 16 januari 1773), korporaal in V.O.C.-dienst en 25 maart 1757 tot vaandrig bevorderd. Mogelijk was hij identiek aan Jean François Teissonière (geb. Karlshafen in Hessen 20 okt. 1727), die 6 nov. 1744 als soldaat in V.O.C.-dienst a/b van het schip “Eendracht” (kamer Amsterdam) naar Nederlandsch-Indië vertrok (geregistreerd als Jean Frans Tissomje) en 8 juni 1745 op de rede van Batavia arriveerde.

Literatuur: Anoniem, ‘Fragment-genealogie Dezentjé, Tong Tong 10 (1965, nr. 19) 24-25; P.C. Bloys van Treslong Prins, ‘De Indo-Europeesche families in Nederlandsch-Indië’, Ons Nageslacht 7 (nr. 6, 1934) 165-167.

Door: Roel de Neve

KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN

Familiewapen Albinus

Albinus

Gevierendeeld: I doorsneden van blauw en zwart, B beladen met versmalde gouden dwarsbalk en over alles heen een omgewende, rood getongde zilveren leeuw, houdende in de rechtervoorpoot een zilveren zwaard met gouden gevest; II op goud een halve zwarte adelaar komende uit de deellijn; III de Friese adelaar; IV doorsneden van blauw en zwart, B beladen met versmalde gouden dwarsbalk en over alles heen een rood getongde zilveren leeuw, houdende in de rechtervoorpoot een zilveren zwaard met gouden gevest; Hartschild: in rood een staande, geharnaste man met in de rechterhand een staande hellebaard, alles zilver.

Bron: Wapenboek van het St. Bartholomeus Gasthuis te Utrecht, 1407-1814, folio 63 (digitaal te raadplegen via de website van het Koninklijk Nederlandsch Genootschap voor Geslacht- en Wapenkunde (www.knggw.nl).

N.B.: dit wapen wijkt af van het wapen dat wordt afgebeeld en beschreven in de Heraldische Databank van het Centraal Bureau voor Genealogie en dat in zwart-wit is overgenomen in de genealogie Albinus in De Indische Navorscher 28 (2015).

De Indische tak stamt af van Wilhelm Bernhard Albinus (1705-1751).

Literatuur: Roel de Neve, ‘De Indische familie Albinus. Haar eerste drie generaties en directe, uit Anhalt stammende voorgeslacht’, De Indische Navorscher 28 (2015), pag. 222-243, ald. 227-237.

Door: Roel de Neve

KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN

Pagina 1 of 36

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén