Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Categorie: Genealogie (Pagina 1 van 8)

Franstalige familienamen in Nederlandsch-Indië III

De families Buisson de Saint Rémy, Descelles en Saint Pourçain

R.G. de Neve

Download de pdf van dit artikel hier.

Huis op Rijswijk, Batavia, door de Franse schilder Ernest Alfred Hardouin, 1835 – 1845. Rijksmuseum, Amsterdam.

Inleiding

In deze aflevering staan drie kleine families centraal, die samen niet meer dan acht gezinnen telden. De stamvader van de Indische familie Buisson de Saint Rémy, Jean, kwam uit Arles in het zuiden van Frankrijk en vertrok in 1821 als militair naar Nederlandsch-Indië. Daar aangekomen ging hij al vrij snel over in civiele dienst, waarna hij zich – naar uiteindelijk bleek – definitief op Banka vestigde. Na daar ondermeer ontvanger van de inkomende en uitgaande rechten te zijn geweest, werkte hij bij de tinmijnen op het eiland. Over zijn directe nakomelingen, verdeeld over zijn eigen gezin en de gezinnen van zijn beide zoons valt verder niet zo veel bijzonders te melden.

Een aandacht trekkend berichtje betrof zijn kleindochter Emelia Josephina (1879-1956) in De Preangerbode van 15 augustus 1898, waarin zij werd afgeschilderd als een gemankeerd goochelaarster en voordrachtskunstenares, die van haar voorstelling ‘een ware janboel’ maakte. Met zijn kleinkinderen stierf de familie in Nederlandsch-Indië uit. Zijn nazaten leven alleen nog voort in de vrouwelijke lijn en stammen uit de huwelijken van zijn dochter Emilie (1848-1935; mevrouw Gonsalves) en kleindochter Charlotte Louise (1880-1965; mevrouw Rhemrev). In Nederlandsch-Indië leefden ook personen met de familienaam Buisson of Du Buisson. Of er met hen een familierelatie bestond, verdient nader onderzoek.

De Indische familie Descelles stamde af van de broers Louis (1814-1848) en Charles (1815-1864) Descelles. Zij werden geboren op het île de France (Maurutius). Beiden traden in Nederlandse krijgsdienst en belandden zo in Nederlandsch-Indië, waar zij in hetzelfde legeronderdeel dienden. Het militaire bestaan hielden zij echter al snel voor gezien, waarna zij actief werden in de koffiecultuur. De familie Descelles bestond slechts uit de gezinnen van de beide broers. Hun dochters – mevrouwen Suermondt, Wetselaar, Mehlbaum en Stuart – trouwden, zoals dat heette, netjes.

Schoonzoons Pieter Suermondt (1848-1895) en Jules Mehlbaum (1860-1938) waren actief als respectievelijk administrateur in de koffiecultuur en employé van de firma Mac Neill & Co. Schoonzoon Willem Paulus Wetselaar (1849-1917) bracht het tot lid van het Hoog Militair Gerechtshof van Nederlandsch-Indië, terwijl schoonzoon Hermanus Nicolaas Stuart (1855-1917) tolk voor de Chinese taal was en zich als zodanig bezig hield met ‘Chinese zaken’. Een eventuele benoeming tot Nederlands consul te Shanghai liet hij echter graag aan zich voorbij gaan.

Of de familie Descelles verwant was aan de eveneens in Nederlandsch-Indië voorkomende families Des Celles en Davidson des Celles, is vooralsnog niet onderzocht. Eerstgenoemde familie verbleef vooral in het gouvernement Sumatra’s Westkust. Centrale figuur in deze familie lijkt Gustaaf Adolf des Celles, die op 20 april 1872 te Padang in het huwelijk trad met Antoinette Jeannette Philippine Peeters.

Waar de Indische familie Saint Pourçain vandaan kwam en sinds wanneer zij in Azië verbleef, is niet duidelijk geworden. De eerste personen met de naam Saint Pourçain in Azië waren waarschijnlijk dienaren van de Engelse of Franse Oost-Indische compagnie. Over de eerste generaties in Nederlandsch-Indië is daarentegen wel het nodige bekend. Dit danken we vooral aan de publicatie van B.J. van Es te Breda, getiteld ‘The families Alexander, Aronds and Londt living in Padang in the 19th century’ (2014). Deze als pdf-bestand te downloaden publicatie steunt in belangrijke mate op onderzoek in de registers van de burgerlijke stand van Padang, die door de Church of Jesus Christ of the Latter Day Saints zijn verfilmd. Van deze publicatie is dankbaar gebruikt voor het samenstellen van de genealogie van deze familie.[i]

Bennet Saint Pourçain, de Indische stamvader van de familie Saint Pourçain kreeg voor zover bekend twee zoons, waarvan de jongste zoon alleen een zeer jong overleden zoontje had. De oudste van de twee had een zoon, met wiens kinderen de familie uitstierf. Ook hier hebben we dus te maken met een familie, die slechts enkele gezinnen telde en nauwelijks sporen in het Indische genealogische landschap heeft getrokken. Zij valt verder vooral op door haar bijzondere naam, die verwijst naar de zesde-eeuwse monnik Pourçain. Deze monnik werd door de paus heilig verklaard, vanwege zijn moedige verzet tegen een zoon van de Frankische koning Clovis die in het tweede kwart van genoemde eeuw al plunderend door het land trok. Naast de familie Saint Pourçain zijn er nog enkele andere Indische families met een soortgelijke familienaam, bijvoorbeeld Ballet de Saint Simon, Buisson de Saint Rémy, de Charon de Saint Germain, de Saint Genis, de Saint Simon en Saint Yves.

Onder de aangehuwde leden van de familie Saint Pourçain valt de naam Anthonijsz op. Een bekende naam voor degenen die enigszins thuis zijn in het Indische familieonderzoek. Het zou mooi zijn als er van deze uitgebreide Indische familie nog eens een goed onderbouwde genealogie zou kunnen worden gepubliceerd.

Meer lezen

Franstalige familienamen in Nederlandsch-Indië II

De families Darricarrère, Despéroux en Tissot.

R.G. de Neve

Download de pdf van dit artikel hier.

De Amsterdamsche Poort te Batavia, verlicht ter gelegenheid van het huwelijk van prinses Juliana en prins Bernhard. Universiteitsbibliotheek Leiden, KITLV 49016

Inleiding

Als eerste vervolg op de algemene inleiding volgen hier de genealogieën van de families Darricarrère, Despéroux en Tissot. Laatstgenoemde familie is wat Indische anciënniteit betreft de oudste van de drie. De Indische stamvader Joseph an!arie Tissot (1783-1863) arriveerde al in 1810 in Nederlandsch-Indië. Hij was koopman en commissionair en tevens scheepseigenaar en ten slotte ook landhuurder in het Djokjase. Een ondernemende figuur dus. Zijn nakomelingen verkeerden in tamelijk goeden doen. Een opvallende figuur was Charles Erneste Tissot (1874-1924), die in de dessa Tanggoel (district Poeger, Djember, Besoeki) woonde en zich Radèn Brontodihardjo noemde. Hij kwam in de nacht van 17 op 18 juni 1924 door moord om het leven.

Ook de familie Despéroux wist zich een behoorlijke positie te verwerven en ook haar Indische stamvader was als handelaar en scheepseigenaar c.q. scheepskapitein actief. Hij heette Pierre Achille Despéroux (1800-<1890) en kende bovengenoemde Joseph Marie Tissot, aangezien hij in de Almanak van Nederlandsch-Indië onder andere vermeld werd als gezaghebber van de bark “Zephijr”. De eigenaar van dit schip was J. Tissot. De familie Despéroux telde slechts twee gezinnen, dat van stamvader Pierre Achille en dat van diens zoon Henri Charles Achille (1851-1900).

De familie Darricarrère ten slotte, nam maatschappelijk gezien een wat bescheidener positie in. Haar Indische stamvader, Jean Darricarrère (1817-1870), vestigde zich vermoedelijk als laatste van de drie stamvaders in Nederlandsch-Indië. Een opvallend huwelijk werd gesloten door Louis Darricarrère (1844-1903), die de echtgenoot werd van Augusta Benjamins (1843-1876). Zij was een van de rechthebbenden in de tweede graad in de particuliere landen Tjampea, Sadeng en Tjiboenboelan. Deze in het Buitenzorgse gelegen landen waren ooit eigendom van Willem Vincent Helvetius van Riemsdijk (1752-1818), in zijn tijd de bekendste landheer op Java.

Meer lezen

Franstalige familienamen in Nederlandsch-Indië I

Algemene inleiding

R.G. de Neve

Download de pdf van dit artikel hier.

Amsterdamse poort te Batavia, gebouwd in de Franse tijd onder Gouverneur-Generaal Daendels (1808-1811)(Bron: Prentbriefkaart).

De aartsvader van de Indische genealogiebeoefening, P.C. Bloys van Treslong Prins, schreef ooit over Java het volgende. ‘Er is waarschijnlijk wel geen land ter wereld, waar zooveel rassen en volkeren vertegenwoordigd zijn en geweest zijn, waar zich zooveel kruisingen voordoen als op Java. Daar heeft men allereerst de drie hoofdgroepen: Soendaneezen, Javanen en Madoereezen, vervolgens de diverse volksstammen van de buitengewesten, als Atjehers, Dajaks, Boegineezen, Makassaren, Baliërs, Papoea’s enz. Dan de volkeren uit Europa, met de Hollanders vooraan, maar ook de Portugeezen, Franschen, Engelschen, enz. en die uit Azië, vooral Chineezen, doch ook Japanners, volksstammen uit Voor- en Achter-Indië; eindelijk de negers uit West-Afrika, die langen tijd groote contingenten aan het leger hebben geleverd (de belanda hitam, RG). En al deze rassen hebben zich onderling vereenigd; hunne afstammelingen vindt men overal verspreid.’[i]

Meer lezen

Pagina 1 of 8

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén