Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Franstalige familienamen in Nederlandsch-Indië I

Algemene inleiding

R.G. de Neve

Download de pdf van dit artikel hier.

Amsterdamse poort te Batavia, gebouwd in de Franse tijd onder Gouverneur-Generaal Daendels (1808-1811)(Bron: Prentbriefkaart).

De aartsvader van de Indische genealogiebeoefening, P.C. Bloys van Treslong Prins, schreef ooit over Java het volgende. ‘Er is waarschijnlijk wel geen land ter wereld, waar zooveel rassen en volkeren vertegenwoordigd zijn en geweest zijn, waar zich zooveel kruisingen voordoen als op Java. Daar heeft men allereerst de drie hoofdgroepen: Soendaneezen, Javanen en Madoereezen, vervolgens de diverse volksstammen van de buitengewesten, als Atjehers, Dajaks, Boegineezen, Makassaren, Baliërs, Papoea’s enz. Dan de volkeren uit Europa, met de Hollanders vooraan, maar ook de Portugeezen, Franschen, Engelschen, enz. en die uit Azië, vooral Chineezen, doch ook Japanners, volksstammen uit Voor- en Achter-Indië; eindelijk de negers uit West-Afrika, die langen tijd groote contingenten aan het leger hebben geleverd (de belanda hitam, RG). En al deze rassen hebben zich onderling vereenigd; hunne afstammelingen vindt men overal verspreid.’[i]

Wat het Europese deel betreft, is het opvallend dat Prins de Duitsers niet expliciet noemde. In de literatuur over de geschiedenis van Nederlandsch-Indië wordt immers vaak benadrukt dat gedurende de Nederlandse aanwezigheid in Zuidoost-Azië ook grote aantallen personen uit het Duitse taalgebied in dienst van de V.O.C. of het Nederlandsch-Indisch gouvernement traden. De Fransen werden daarentegen wel expliciet vermeld, wat op zich begrijpelijk is. Doet men namelijk genealogisch onderzoek naar families die in Nederlandsch-Indië leefden, dan komt men inderdaad veel familienamen tegen die duiden op een bakermat in Frankrijk, het huidige België, of het Franstalige deel (Romandië) van Zwitserland. Hun aanwezigheid werd ook gereflecteerd in sommige Indische romans, waarin personages werden opgevoerd als Addy de Luce (De Stille kracht van Louis Couperus), Charles Prédier (Goena-goena van P.A. Daum) en Elsje en Jan Dupré (Ontzusterd van P.A. Daum).

Addy de Luce (Hans Dagelet), de minnaar van residentsvrouw Leonie van Oudijck (Pleuni Touw), in de gelijknamige tv-serie naar het boek De stille kracht van Louis Couperus.

In De Indische Navorscher is inmiddels aandacht besteed aan verscheidene families met een Franstalige naam, te weten Bousquet – De Fillietaz Bousquet (2003), De Chauvigny de Blot (1989, 2011), Du Cloux (en afgeleide namen) (1993), Crince le Roy (2011), Dessauvagie (1991), Domis – De Senerpont Domis (2001), Dormieux (1990), Lagaun[n]e (2014), De Lannoy (2005), Lapré (1992), Livain (2004), Mahieu (2002), De la Motte (1992), Pasques de Chavonnes (1993), Du Puy (1996), Le Roux (2005), De Saumaise (2004) en Teisseire (2004).

Het aantal Franse familienamen in Nederlandsch-Indië is uiteraard veel groter en het bovenstaande lijstje is in feite niets meer dan het topje van een ijsberg. Het volgende overzicht van in Nederlandsch-Indië voorkomende familienamen die op een herkomst uit het Franse taalgebied kunnen duiden, illustreert dit: Bachet, Baudoin, Bédier de Prairie, Du Bois, Bois d’Enghien, De Bordes, Boudriot, Bousché, Boutmy, De Brie, Brunet de Rochebrune, Brutel de la Rivière, Du Buisson, Buisson de Saint Rémy, De Burlet, Buvry de Mauregnault, De Calonne, Cambier, Caron, Caudri, De Charon de Saint Germain, Cheval[l]ier, De Chiusole de Campis, Des Celles, Le Clercq, Le Clercq de Courcelles, Clignett, Cocheret de la Maronière, Collard, Le Comte, Cordier de Croust, Courier dit Dubekart, De la Croix, Darricarrère, Deschaux, Despéroux, Deux, Duchateau, Dumas, Dumont, Dusser de Barene, Fornerod, Granpré Molière, Gregoire, Guérin, Hamar de la Bréthonière, D’Hollosy, De/Du Jardin, Lannée de Bétrancourt, De Lassasie, De Leau, De Liser de Morsain, Du Long, Lucardie, Mannot, Marlier de Routon, Monod de Froideville, Muller de Montigny, Noël, Oudart, De Pauly, De Penasse, Du Perron, Du Pré, De la Rambelje, Ravia de Ligny, Renardel de la Valette, De Rochemont, Saint Pourçain, Saint-Yves, Saintgenis (Saint Genis), De Serière (en afgeleide namen), De Sturler, Theuvenet, Tissot, Toussaint, Vaillant, De Vicq de Cumptich, Voûte en Zannet.

Gerrardus de Chauvigny de Blot (1827-1896).

Vermoedelijk Emile Henri Theodore Bédier de Prairie (1852-1902).

Prins wijdde aan de families van wie hierboven de namen vet zijn gemaakt een lemma in zijn bekende serie ‘Indo-Europeesche families in Nederlandsch-Indië’. De lemma’s lopen wat betreft hun omvang en de gepresenteerde gegevens nogal uiteen en werden aanvankelijk gedurende de jaren 1930-1931 en 1933 (tweede of nieuwe serie) gepubliceerd in Bataviaasch Nieuwsblad.[ii] De reeks werd vanaf november 1934 voortgezet in Ons Nageslacht. Orgaan van de Eugenetische Vereeniging in Nederlandsch-Indië, die te vinden is op de dvd Bronnen voor Indisch genealogisch onderzoek van de IGV. In Ons Nageslacht werden deels families behandeld die al in Bataviaasch Nieuwsblad voor het voetlicht traden. Maar daarnaast kwamen ook veel nieuwe families aan bod.

Wapen van de familie Clignett.

De hierboven genoemde families hebben wat hun maatschappelijke positie betreft divers ‘gepresteerd’ en vormen daarmee een goede afspiegeling van de Europese samenleving in Nederlandsch-Indië. In hoeverre zij een min of meer gesloten groep vormden, verbonden als zij waren door taal en religie (doorgaans rooms-katholiek), is een vraag die nader onderzoek verdient. Een belangrijke indicatie is natuurlijk de mate waarin zij onderling huwelijken sloten en familienetwerken vormden. Een andere interessante vraag is of bepaalde beroepen bij deze families dominant aanwezig waren. Deze en eventuele andere vragen zijn alleen te beantwoorden door middel van genealogisch onderzoek. In het verlengde van dit artikel zullen daarom binnenkort als aanzet voor verder onderzoek enkele genealogieën worden gepresenteerd van families met een familienaam die naar Frankrijk of aangrenzende gebieden verwijst. Hopelijk vormt dit voor de lezers van dit artikel die banden met dergelijke families hebben een extra prikkel om ook onderzoek naar hun familie te gaan doen.

Noten

[i].     P.C. Bloys van Treslong Prins, ‘Bronnen voor eugenetische studiën in Nederlandsch-Indië’, Ons Nageslacht 5 (1932) 2-12, ald. 2.

[ii].    Te vinden via Delpher.

Vorige

Genealogie Von Winning

Volgende

Franstalige familienamen in Nederlandsch-Indië II

  1. Jack Voogt

    Ik is een naam die in mijn familie voorkomt: De Lyon.

  2. R. Bemer

    Ook de familie Badart was in grote ge tale aanwezig in N.O.I
    Afkomstig van Douai en via een napoleontische soldaat in Nederland gebleven. De eerste Badart ging eind 19e eeuw naar N.O.I als baaszelmaker op de marinewerf in Surabaya

  3. Suzanne

    Very nice article. Lodewijk Constantijn Muller de Montignig/Montigny was the son of Georgius Hendrikus Muller and Virginia Elisabeth Montigny. Georgius was born c1811 and died in Pekalongan, 16 Jun 1882. He married Virginia in Salatiga, 6 Aug 1835. He was a Doctor and was also in a Surgeon in the Army.
    Do you know where we can find any information on his parents? He had at least 12 children with Virginia from 1836 to 1860.
    Thank you and great work!

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén