Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Tag: foto (Pagina 1 van 4)

Van Ginkel-Botellho

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

In aansluiting op eerdere berichten waarin een een foto werd gepubliceerd waarop een lid van de familie Botellho staat, volgt nu een foto van James Charles van Ginkel (1862-1942) en zijn echtgenote Eugenie Albertine Botellho (1880-1948). Zij zijn de grootouders van de inzender. Dit echtpaar komt voor op pagina 77 van De Indische Navorscher 2012 (het ‘kwartierstatenboek’). De genealogie van de familie Van Ginkel is gepubliceerd in De Indische Navorscher 1992.

Van Ginkel-Botellho 

Foto: Ben Heijden.

Tekst: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

Herbert Richard Karthaus

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Het einde van Nederlandsch-Indië op 27 december 1949 luidde de komst van de Indische Nederlanders naar Nederland in. Veel lieten zij achter, wat restte was herinnering. En dreigden de beelden met het voortgaan der jaren minder scherp te worden, dan waren er de meegenomen foto’s. Als het om hun Indische familiegeschiedenis gaat trouwens het enige houvast voor de naoorlogse generaties. Vaak verstopt geraakt op plaatsen waar het daglicht zich niet toont. Zo wachten vermoedelijk duizenden Indische foto’s op het moment weer gezien te worden.

Onderstaande foto dook op toen Anne Karthaus en haar moeder op een doos vol oude familiefoto’s stuitten. De foto is gemaakt in het foto-atelier van Charles van Es & Co.

Herbert Richard Karthaus

We zien een ongeveer achtjarige jongen, voor de gelegenheid gestoken in het bekende matrozenpakje. Hij kijkt ons ietwat melancholisch aan. Wat zou er in dat jongenshoofdje op dat moment zijn omgegaan, vraag je je onwillekeurig af. Hij heette blijkens een tekst op de achterzijde van de foto Herbert Richard Karthaus en is de overgrootvader van Anne. Hij werd geboren te Buitenzorg op 15 juli 1893. De foto dateert dus vermoedelijk van rond 1900. Zijn ouders waren Johan Ferdinand Josephus Karthaus (overl. 1913) en de inlandse vrouw Neng Amimoenak Prowata. Volgens een familieverhaal behoorde zij tot de inheemse adel. Herberts vader kwam uit een familie die haar oorsprong in Oostenrijk heeft. De Indische tak van de familie Karthaus stamt af van Johannes Ferdinand Josephus Karthaus (overl. 1894) en Maria Anna Christina Melchers.

Herbert kwam naar Nederland om te studeren, trouwde daar in 1920 met een Hollandse vrouw en kreeg er kinderen. Hij werd gynaecoloog en was als chirurg verbonden aan het St. Ignatius Ziekenhuis in Breda. In die stad overleed hij op 16 februari 1969. Hij was sinds 3 maart 1952 drager van het Kruis van Verdienste, hem door Prins Bernhard uitgereikt omdat hij in de meidagen van 1940 onder moeilijke omstandigheden met beperkte middelen geneeskundige hulp bleef bieden. Met uitzondering van een van hen werden zijn zoons ook arts.

Foto: Anne Karthaus | Tekst: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Johanna Christina Caspersz, geboren Burgemeestre

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Door Indo-Europese vrouwen gedreven batikkerijen in Nederlandsch-Indië waren voor de inheemse bevolking belangrijke werkgevers. De batikkunst vond vanuit het Midden-Oosten via India haar weg naar Nederlandsch-Indië en werd daar verder ontwikkeld. Oorspronkelijk was het batikken een puur inheemse aangelegenheid. Vanaf ongeveer het midden van de negentiende eeuw kwam daarin echter verandering. Het aantal Europese vrouwen nam sindsdien gestaag toe. En voor de batikkunst nog belangrijker, zij gingen sarongs in plaats van de knellende Europese kleding dragen. De inheemse motieven en kleurstellingen waren voor hen echter te somber. Hun voorkeur ging uit naar frisse, heldere kleuren en westerse motieven (bloemen, vogels, vlinders). Museum Nusantara te Delft toonde tijdens een tentoonstelling in 2011-2012 zelfs een batik waarin het sprookje van Roodkapje was verbeeld. De op de Europese vraag georiënteerde batikkunst – de zogeheten batik belanda – kwam uit ateliers die werden uitgebaat door Indo-Europese vrouwen. In het adresboek van Nederlandsch-Indië 1899 vinden we onder de kop batikinrichtingen de volgende namen vermeld.

Te Pekalongan: mevr. Beer, geb. de Stoop, mevr. van den Berg, mevr. Haighton, mevr. Jans, mej. Leverkuhn, mevr. Meulenhoff, mej. Toorop, mej. Wollweber, mevr. van Zuijlen; te Poerbolinggo: wed. C. van den Berg, geb. Langras; te Soerabaja: wed. Noll-Krambangan, wed. van Hutten-Gatottan; te Djokjakarta: mevr. E. van den Berg, mevr. Heur, mej. W. Kal, mej. Kläring, mevr. Kläring, geb. Reuter, mevr. C. von Kriegenbergh, geb. Voorneman, mevr. van Lawick van Pabst, wed. Lichte, geb. Marks, mej. F. Marks, wed. Mouthaan, mevr. Publon, wed. Terbeek. Een sterke concentratie dus te Pekalongan en Djokjakarta. De beroemdste en in elk geval meest bekende onder hen was Eliza van Zuylen, geboren Eliza Charlotte Niessen (1863-1946) (batik pansellen).

In deze opsomming ontbreken Carolina Josephina von Franquemont (1817-1867) en Catharina Carolina van Oosterom-Philips (1811-1878), die als de founding mothers van de batik belanda moeten worden gezien. Mej. von Franquemont vestigde zich in 1840 als batikster te Soerabaja en verplaatste haar atelier in 1845 naar Oengaran in het Semarangse. Haar bekendheid (batik pankemon) dankte zij mede aan het feit dat zij een kleurvast groen uit een natuurlijk product ontwikkelde. Mevr. van Oosterom-Philips begon in 1845 een atelier in Semarang. Later vestigde zij zich te Banjoemas, waar zij in 1832 was getrouwd en waar haar man in 1851 overleed. Van haar is bekend dat zij de inheemse batiksters die voor haar werkten tot het Christendom probeerde te bekeren.

+ J.C. von Franquemont Java-Bode 29 juni 1867

Java-Bode van 29 juni 1867

De hierboven genoemde batikkerijen waren ongetwijfeld de grotere, grotendeels voor de ‘Europese markt’ werkende ateliers. Daarnaast zullen er vele, eveneens onder Indo-Europese leiding staande werkplaatsen zijn geweest met een beperktere, meer plaatselijke klantenkring.

Op onderstaande foto zien we links Johanna Christina Burgemeestre (1852-±1930), echtgenote van Johan Arnoud Caspersz (1815-1905), met enkele inlandse batiksters. Zij was de dochter van Diederik Burgemeestre en Anna Wilhelmina Barkey. De foto dateert van september 1895. Zij was, 40 jaar oud, in 1892 met de veel oudere Caspersz in het huwelijk getreden. Haar echtgenoot was gepensioneerd resident van Timor. Het echtpaar bleef – het zal niet verrassen – kinderloos. Over haar zakelijke activiteiten is verder niets bekend.

Johanna Christina Caspersz-Burgemeestre (bewerkt)

P.S.: wie het fijne wil weten over de batikkunst leze J.E. Jasper en Mas Pirngadie, De inlandsche kunstnijverheid in Nederlandsch-Indië III. De batikkunst (’s‑Gravenhage 1916). Over de batikkerijen Van Zuijlen verscheen: M.J. de Raadt Apell, De batikkerijen van Zuylen te Pekalongan. Midden-Java 1890-1946 (Zutphen 1981).

Tekst en foto: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Vind je het leuk als in deze rubriek ook een foto uit jouw familiealbum gepubliceerd wordt? Stuur deze dan naar de redactie (redactie@igv.nl). Daarbij graag vermelden wie er op de foto staan en, indien bekend, waar en wanneer de foto genomen is en ter gelegenheid waarvan.

Pagina 1 of 4

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén