Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Tag: geschiedenis

Johanna Christina Caspersz, geboren Burgemeestre

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Door Indo-Europese vrouwen gedreven batikkerijen in Nederlandsch-Indië waren voor de inheemse bevolking belangrijke werkgevers. De batikkunst vond vanuit het Midden-Oosten via India haar weg naar Nederlandsch-Indië en werd daar verder ontwikkeld. Oorspronkelijk was het batikken een puur inheemse aangelegenheid. Vanaf ongeveer het midden van de negentiende eeuw kwam daarin echter verandering. Het aantal Europese vrouwen nam sindsdien gestaag toe. En voor de batikkunst nog belangrijker, zij gingen sarongs in plaats van de knellende Europese kleding dragen. De inheemse motieven en kleurstellingen waren voor hen echter te somber. Hun voorkeur ging uit naar frisse, heldere kleuren en westerse motieven (bloemen, vogels, vlinders). Museum Nusantara te Delft toonde tijdens een tentoonstelling in 2011-2012 zelfs een batik waarin het sprookje van Roodkapje was verbeeld. De op de Europese vraag georiënteerde batikkunst – de zogeheten batik belanda – kwam uit ateliers die werden uitgebaat door Indo-Europese vrouwen. In het adresboek van Nederlandsch-Indië 1899 vinden we onder de kop batikinrichtingen de volgende namen vermeld.

Te Pekalongan: mevr. Beer, geb. de Stoop, mevr. van den Berg, mevr. Haighton, mevr. Jans, mej. Leverkuhn, mevr. Meulenhoff, mej. Toorop, mej. Wollweber, mevr. van Zuijlen; te Poerbolinggo: wed. C. van den Berg, geb. Langras; te Soerabaja: wed. Noll-Krambangan, wed. van Hutten-Gatottan; te Djokjakarta: mevr. E. van den Berg, mevr. Heur, mej. W. Kal, mej. Kläring, mevr. Kläring, geb. Reuter, mevr. C. von Kriegenbergh, geb. Voorneman, mevr. van Lawick van Pabst, wed. Lichte, geb. Marks, mej. F. Marks, wed. Mouthaan, mevr. Publon, wed. Terbeek. Een sterke concentratie dus te Pekalongan en Djokjakarta. De beroemdste en in elk geval meest bekende onder hen was Eliza van Zuylen, geboren Eliza Charlotte Niessen (1863-1946) (batik pansellen).

In deze opsomming ontbreken Carolina Josephina von Franquemont (1817-1867) en Catharina Carolina van Oosterom-Philips (1811-1878), die als de founding mothers van de batik belanda moeten worden gezien. Mej. von Franquemont vestigde zich in 1840 als batikster te Soerabaja en verplaatste haar atelier in 1845 naar Oengaran in het Semarangse. Haar bekendheid (batik pankemon) dankte zij mede aan het feit dat zij een kleurvast groen uit een natuurlijk product ontwikkelde. Mevr. van Oosterom-Philips begon in 1845 een atelier in Semarang. Later vestigde zij zich te Banjoemas, waar zij in 1832 was getrouwd en waar haar man in 1851 overleed. Van haar is bekend dat zij de inheemse batiksters die voor haar werkten tot het Christendom probeerde te bekeren.

+ J.C. von Franquemont Java-Bode 29 juni 1867

Java-Bode van 29 juni 1867

De hierboven genoemde batikkerijen waren ongetwijfeld de grotere, grotendeels voor de ‘Europese markt’ werkende ateliers. Daarnaast zullen er vele, eveneens onder Indo-Europese leiding staande werkplaatsen zijn geweest met een beperktere, meer plaatselijke klantenkring.

Op onderstaande foto zien we links Johanna Christina Burgemeestre (1852-±1930), echtgenote van Johan Arnoud Caspersz (1815-1905), met enkele inlandse batiksters. Zij was de dochter van Diederik Burgemeestre en Anna Wilhelmina Barkey. De foto dateert van september 1895. Zij was, 40 jaar oud, in 1892 met de veel oudere Caspersz in het huwelijk getreden. Haar echtgenoot was gepensioneerd resident van Timor. Het echtpaar bleef – het zal niet verrassen – kinderloos. Over haar zakelijke activiteiten is verder niets bekend.

Johanna Christina Caspersz-Burgemeestre (bewerkt)

P.S.: wie het fijne wil weten over de batikkunst leze J.E. Jasper en Mas Pirngadie, De inlandsche kunstnijverheid in Nederlandsch-Indië III. De batikkunst (’s‑Gravenhage 1916). Over de batikkerijen Van Zuijlen verscheen: M.J. de Raadt Apell, De batikkerijen van Zuylen te Pekalongan. Midden-Java 1890-1946 (Zutphen 1981).

Tekst en foto: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Vind je het leuk als in deze rubriek ook een foto uit jouw familiealbum gepubliceerd wordt? Stuur deze dan naar de redactie (redactie@igv.nl). Daarbij graag vermelden wie er op de foto staan en, indien bekend, waar en wanneer de foto genomen is en ter gelegenheid waarvan.

Boek: Daar werd wat gruwelijks verricht

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Bron: Athenaeum

‘2 Januari 1668: Francisco van Bengale, slaaf van onderkoopman Jan Grootstadt, verhangt zich.’ Deze Francisco was een van de velen die de dood verkozen boven een ondraaglijk slavenbestaan in Nederlands Oost-Indië.

Van de beginjaren van de VOC tot aan het einde van de kolonie volgt Baay het spoor van de mensenhandel in de Nederlandse koloniën in de Oost. De koloniale slavernij nam er vele vormen aan: er waren huisslaven, kindslaven, seksslaven, ambachtsslaven, maar ook slaven op de plantages en perken. Slaven werden vernederd, gefolterd en vermoord. Honderdduizenden personen zijn in de Oost tot slaaf gemaakt.

Reggie Baay schrijft de geschiedenis van de slavernij in Indië. Want het is een misverstand te denken dat de slavernij in de koloniën zich beperkte tot de West. En hoe komt het dat ons beeld van de mensenhandel zo vertekend is, alsof er geen echte slavernij bestond? Daar werd wat gruwelijks verricht is, hoe ongelofelijk dat ook lijkt, het eerste boek waarin de geschiedenis van de slavernij in ‘ons Indië’ in zijn geheel verteld wordt.

DWWGV

  • Auteur: Reggie Baay
  • Uitgeverij: Athenaeum
  • Prijs: 19,99
  • ISBN: 978 90 253 0470 6
> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén