Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Tag: portret (Pagina 1 van 2)

Van Ginkel-Botellho

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

In aansluiting op eerdere berichten waarin een een foto werd gepubliceerd waarop een lid van de familie Botellho staat, volgt nu een foto van James Charles van Ginkel (1862-1942) en zijn echtgenote Eugenie Albertine Botellho (1880-1948). Zij zijn de grootouders van de inzender. Dit echtpaar komt voor op pagina 77 van De Indische Navorscher 2012 (het ‘kwartierstatenboek’). De genealogie van de familie Van Ginkel is gepubliceerd in De Indische Navorscher 1992.

Van Ginkel-Botellho 

Foto: Ben Heijden.

Tekst: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

Johanna Christina Caspersz, geboren Burgemeestre

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Door Indo-Europese vrouwen gedreven batikkerijen in Nederlandsch-Indië waren voor de inheemse bevolking belangrijke werkgevers. De batikkunst vond vanuit het Midden-Oosten via India haar weg naar Nederlandsch-Indië en werd daar verder ontwikkeld. Oorspronkelijk was het batikken een puur inheemse aangelegenheid. Vanaf ongeveer het midden van de negentiende eeuw kwam daarin echter verandering. Het aantal Europese vrouwen nam sindsdien gestaag toe. En voor de batikkunst nog belangrijker, zij gingen sarongs in plaats van de knellende Europese kleding dragen. De inheemse motieven en kleurstellingen waren voor hen echter te somber. Hun voorkeur ging uit naar frisse, heldere kleuren en westerse motieven (bloemen, vogels, vlinders). Museum Nusantara te Delft toonde tijdens een tentoonstelling in 2011-2012 zelfs een batik waarin het sprookje van Roodkapje was verbeeld. De op de Europese vraag georiënteerde batikkunst – de zogeheten batik belanda – kwam uit ateliers die werden uitgebaat door Indo-Europese vrouwen. In het adresboek van Nederlandsch-Indië 1899 vinden we onder de kop batikinrichtingen de volgende namen vermeld.

Te Pekalongan: mevr. Beer, geb. de Stoop, mevr. van den Berg, mevr. Haighton, mevr. Jans, mej. Leverkuhn, mevr. Meulenhoff, mej. Toorop, mej. Wollweber, mevr. van Zuijlen; te Poerbolinggo: wed. C. van den Berg, geb. Langras; te Soerabaja: wed. Noll-Krambangan, wed. van Hutten-Gatottan; te Djokjakarta: mevr. E. van den Berg, mevr. Heur, mej. W. Kal, mej. Kläring, mevr. Kläring, geb. Reuter, mevr. C. von Kriegenbergh, geb. Voorneman, mevr. van Lawick van Pabst, wed. Lichte, geb. Marks, mej. F. Marks, wed. Mouthaan, mevr. Publon, wed. Terbeek. Een sterke concentratie dus te Pekalongan en Djokjakarta. De beroemdste en in elk geval meest bekende onder hen was Eliza van Zuylen, geboren Eliza Charlotte Niessen (1863-1946) (batik pansellen).

In deze opsomming ontbreken Carolina Josephina von Franquemont (1817-1867) en Catharina Carolina van Oosterom-Philips (1811-1878), die als de founding mothers van de batik belanda moeten worden gezien. Mej. von Franquemont vestigde zich in 1840 als batikster te Soerabaja en verplaatste haar atelier in 1845 naar Oengaran in het Semarangse. Haar bekendheid (batik pankemon) dankte zij mede aan het feit dat zij een kleurvast groen uit een natuurlijk product ontwikkelde. Mevr. van Oosterom-Philips begon in 1845 een atelier in Semarang. Later vestigde zij zich te Banjoemas, waar zij in 1832 was getrouwd en waar haar man in 1851 overleed. Van haar is bekend dat zij de inheemse batiksters die voor haar werkten tot het Christendom probeerde te bekeren.

+ J.C. von Franquemont Java-Bode 29 juni 1867

Java-Bode van 29 juni 1867

De hierboven genoemde batikkerijen waren ongetwijfeld de grotere, grotendeels voor de ‘Europese markt’ werkende ateliers. Daarnaast zullen er vele, eveneens onder Indo-Europese leiding staande werkplaatsen zijn geweest met een beperktere, meer plaatselijke klantenkring.

Op onderstaande foto zien we links Johanna Christina Burgemeestre (1852-±1930), echtgenote van Johan Arnoud Caspersz (1815-1905), met enkele inlandse batiksters. Zij was de dochter van Diederik Burgemeestre en Anna Wilhelmina Barkey. De foto dateert van september 1895. Zij was, 40 jaar oud, in 1892 met de veel oudere Caspersz in het huwelijk getreden. Haar echtgenoot was gepensioneerd resident van Timor. Het echtpaar bleef – het zal niet verrassen – kinderloos. Over haar zakelijke activiteiten is verder niets bekend.

Johanna Christina Caspersz-Burgemeestre (bewerkt)

P.S.: wie het fijne wil weten over de batikkunst leze J.E. Jasper en Mas Pirngadie, De inlandsche kunstnijverheid in Nederlandsch-Indië III. De batikkunst (’s‑Gravenhage 1916). Over de batikkerijen Van Zuijlen verscheen: M.J. de Raadt Apell, De batikkerijen van Zuylen te Pekalongan. Midden-Java 1890-1946 (Zutphen 1981).

Tekst en foto: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Vind je het leuk als in deze rubriek ook een foto uit jouw familiealbum gepubliceerd wordt? Stuur deze dan naar de redactie (redactie@igv.nl). Daarbij graag vermelden wie er op de foto staan en, indien bekend, waar en wanneer de foto genomen is en ter gelegenheid waarvan.

Poortenaar-Westermann

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Ongetrouwde nieuwkomers uit Nederland die zich blijvend in de Oost vestigden en daar in het huwelijk traden, vonden doorgaans een in Indië geboren vrouw van gemengde afkomst. Zo ook Jacobus Poortenaar, een Amsterdammer, geboren op 17 juli 1873 als zoon van Lucas Poortenaar en Elisabeth van Gelder. In de in Nederlandsch-Indië verschijnende kranten komen we hem voor het eerst tegen in 1896. Blijkens De Locomotief van 21 april van dat jaar werd hij met ingang van 16 april uit Hr. Ms. zeedienst ontslagen. Hij was op dat moment stuurmansleerling aan boord van het wachtschip “Gedeh” en werd in dezelfde kwaliteit geplaatst bij de Koninklijke Paketvaartmaatschappij.

Hr. Ms. wachtschip Gedeh

Hr. Ms. wachtschip “Gedeh”

Eerder dat jaar – in januari – was hij te Batavia geslaagd voor het examen derde stuurman grote stoomvaart volgens programma A (De Locomotief van 16 jan. 1896). Zijn diploma eerste stuurman behaalde hij in september 1901. Intussen was hij te Meester Cornelis op 30 november 1898 getrouwd met Hendrika Johanna Carolina Ludovica Westermann. De bruid werd op 8 november 1871 geboren uit de inlandse vrouw Marie en te Batavia in 1876 met voornamen Carolina Ludovica erkend door Carl Ludwig Westermann. Zij was toen zij trouwde dus 27 jaar oud, en trad voor Indische begrippen dus rijkelijk laat in het huwelijk. Haar vader had als klerk op het residentiekantoor te Poerwakarta (Krawang) een bescheiden betrekking. In 1873 kreeg hij eervol ontslag uit ’s‑lands dienst (Java-Bode van 29 maart 1873).

Poortenaar-Westermann

Sinds 1896 (De Locomotief van 17 okt. 1896) werkte Jacobus als tweede stuurman en vanaf 9 maart 1898 als eerste stuurman bij de Opiumregie. Die dienst beschikte over enkele stoomschepen en andere vaartuigen waarmee de sluikhandel in opium op zee werd bestreden. Daarna kunnen we zijn loopbaan aan de hand van de regeringsalmanakken goed volgen. In 1904 stapte hij over naar het loodswezen en werd waarnemend loods 1e klasse te Makasser. Zijn definitieve benoeming volgde in 1907. Met ingang van 3 juni 1912 mocht hij wegens langdurige dienst een jaar met verlof naar Nederland (Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië van 10 mei 1912). Na terugkeer was hij waarnemend loods te Soerabaja (benoemd 2 juni 1913), idem te Samboe (Riouw), tevens onderhavenmeester aldaar (7 maart 1914), loods 1e klasse, tevens onderhavenmeester aldaar (28 juli 1916), met verlof (28 nov. 1916) en tijdelijk ambtenaar ter beschikking van het baggerwezen (31 juli 1917), waar hij onder meer dienst deed als gezagvoerder. Na in 1924 op non-activiteit (wachtgeld) te zijn gesteld, werd hij in 1925 gepensioneerd (in het adresboek van Nederlandsch-Indië voor 1926 vermeld als gepensioneerd ambtenaar bij de havenw[erken], wonende te Batavia-Weltevreden). In datzelfde jaar scheidden hij en zijn vrouw van tafel en bed.

Het paar had vier kinderen, Christiaan Carl Jacobus (Batavia 26 febr. 1900), Gesina Maria Ludovica (Batavia 29 juni 1901), Johannes Frederik (Meester Cornelis 28 juni 1903) en Elize Eleonora Mary (Makasser 2 mei 1905). De oudste zoon trad in de voetsporen van zijn vader. Hij werd eveneens stuurman en ging bij het loodswezen werken.

Jacobus repatrieerde na de oorlog en overleed te Apeldoorn op 2 jan. 1958. De moeder van zijn kinderen bleef in Nederlandsch-Indië en overleed te Djakarta in of na 1950.

Foto echtpaar: Ed Boutmy de Katzmann | Tekst en foto schip: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Vind je het leuk als in deze rubriek ook een foto uit jouw familiealbum gepubliceerd wordt? Stuur deze dan naar de redactie (redactie@igv.nl). Daarbij graag vermelden wie er op de foto staan en, indien bekend, waar en wanneer de foto genomen is en ter gelegenheid waarvan.

Pagina 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén