Asal Oesoel

De Indische Navorscher Online

Tag: stamboomonderzoek (Pagina 1 van 3)

Live Workshop tijdens INDOroutes 2015

Aanstaande zondag, 15 november, vindt INDOroutes 2015 plaats in Muziekcentrum BeneVia, Dordrecht. 

INDOroutes is een event voor en door jongeren die meer willen weten over hun Indische achtergrond, georganiseerd door het Indisch Herinneringscentrum in samenwerking met Stichting Indisch Dordrecht.

Het bestuur van de Indische Genealogische Vereniging, de redactie van De Indische Navorscher, alsmede de redactie van Asal Oesoel, zijn deze dag aanwezig om een live workshop te geven over hoe een begin te maken met jouw Indisch stamboomonderzoek.

12190084_443615819175609_4633137609972849621_n

19926_443615825842275_6339790459532056933_n

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN OF OM EERDERE REACTIES TE LEZEN <

Het levenseinde van Edward Bladen Clifford

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN <

Een verblijf in de binnenlanden van Nederlandsch-Indië was voor blanken niet zonder gevaar. Op sommige plaatsen woonden slechts een handjevol Europeanen, doorgaans gouvernements­ambtenaren en employés van particuliere ondernemingen. Zij werden omringd door een inheemse bevolking die de vreemdelingen niet altijd vriendelijk gezind was.

Eerder werd in deze rubriek bericht over de moordaanslag in februari 1869 op E.K.A. de Neve, assistent-resident van Montrado (Westerafdeling van Borneo). Op het moment dat het noodlot voor hem toesloeg, woonden er in zijn afdeling zegge en schrijven elf Europeanen (althans als we de inwonerslijst van 1870 volgen). Iets meer dan dertig jaar later onderging E.B. Clifford een zelfde lot als De Neve. De lezers van het Soerabaiasch-Handelsblad troffen in hun krant van 10 april 1899 namelijk het onderstaande bericht aan.

1 Soerabaiasch-Handelsblad van 10 april 1899

Uit: Soerabaiasch-Handelsblad van 10 april 1899

Nadere details van het dramatisch voorval zijn te vinden in De Locomotief van 24 mei 1899. Clifford woonde met zijn inlandse ‘huishoudster’ in een klein huisje in de nabijheid van Poelau Gadang. Zijn woning had geen deuren, terwijl de wanden waren gemaakt van koelit-kajoe (boombast). Poelau Gadang lag hemelsbreed ongeveer 25 kilometer ten noorden van Kota Baroe. Beide plaatsen waren door de rivier met elkaar verbonden. Kota Baroe was de hoofdplaats van een controleursafdeling van de afdeling (assistent-residentie) L Kota in de residentie Padangse Bovenlanden (gouvernement Sumatra’s Westkust). In L Kota woonden ten tijde van de aanslag op Clifford niet meer dan zo’n 10 à 15 Europeanen.

Clifford leefde en werkte in een gebied dat door het gouvernement werd aangeduid als V Kota. Die streek stond niet onder Nederlands gezag en bood rovers en ander gespuis dus een ideale schuilplaats. Clifford en de employé van de Mijnbouwmaatschappij Pangkallan, een zekere Egberts, waren overigens gewaarschuwd dat er onheil op komst was. Desondanks troffen noch zij, nog hun werkgever voorzorgsmaat­regelen. Wat er daardoor in de nacht van 5 op 6 april 1899 kon gebeuren, vertelt ons het navolgende fragment.

2 De locomotief van 24 mei 1899

Uit: De Locomotief van 24 mei 1899.

Enkele dagen na de overval bezweek Clifford te Pajakombo, hoofdplaats van L Kota, aan zijn verwondingen. Zijn overlijden werd aldaar op 8 april 1899 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarbij werd als zijn voornaam Edward opgetekend, hoewel hij voluit Edward Bladen heette. Waar hij werd geboren en wie zijn ouders waren, blijft vooralsnog onduidelijk. Hij behoorde in elk geval niet tot de in Nederland gevestigde familie Clifford (Oetgens van Waveren Pancras Clifford) en kwam mogelijk vanuit Groot-Brittannië of Brits-Indië naar Nederlandsch-Indië. Het tijdstip van zijn aankomt op Java is evenmin bekend, maar dit zal vermoedelijk omstreeks 1890-1891 zijn geweest. In de jaren 1890 staat hij vermeld op de inwonerslijsten van achtereenvolgens Sambas, Pamangkat en Singkawang, alle in de residentie Westerafdeling van Borneo gelegen.

In het adresboek van Nederlandsch-Indië 1899 komt Clifford voor als assistent van de te Amsterdam gevestigde West Borneo Goud Maatschappij ‘Hang Moi Lan’, wonende te Sambas. In de regeringsalmanak van Nederlandsch-Indië voor 1899 (pag. 438) werd als assistent-mijningenieur van die maatschappij genoemd een zekere G.R. Clifford. Vermoedelijk is hier dus sprake van een zetfout en moet voor G.R. worden gelezen E.B.

Op 4 augustus 1898 sloot zijn gemachtigde R. Liddelow – vertegenwoordiger van de West-Borneao Goud-Maatschappij in Nederlandsch-Indië – namens hem met de sultan en de rijksgroten van Sambas een zakelijke overeenkomst. Clifford kreeg een concessie voor twintig jaar om langs de Frea-rivier goud, zilver en andere metalen te winnen.

3 De Locomotief van 9 febr. 1899

Uit: De Locomotief van 9 februari 1899).

Kort daarna, vermoedelijk in het vroege voorjaar van 1899, trad hij als administrateur in dienst van de Mijnbouw Maatschappij Pangkallan. Als gevolg van deze overstap verplaatste zijn werkterrein zich naar Sumatra’s Westkust, waar hij uiteindelijk tragisch aan zijn einde zou komen.

Door: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN <

Kleine Indische genealogieën (II)

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Silsilah silsilah ketjil

Na de families Cinecout en Dersjant volgen in deze categorie nu de nakomelingen van Frederikus Hendrik Bouma uit Rotterdam. Bouma werd geboren op 14 april 1838 en kwam vermoedelijk begin jaren 1860 op Java aan. Van beroep was hij koopman. Zijn overlijden werd in 1890 ingeschreven te Semarang. In die plaats ook was zijn naam verbonden met het handelshuis F.H. Bouma & Co. Zijn verblijf op Java duurde al met al dus een kleine dertig jaar. Over zijn eerste vrouw weten we niet meer dan haar naam, overlijdensplaats en -datum en leeftijd bij overlijden. Zijn tweede echtgenote droeg de naam Couperus en was dus van ‘goeden huize’. Voor haar moeder en beide grootmoeders gold hetzelfde. Zij behoorden tot respectievelijk de families Kulenkamp Lemmers, Cranssen en Holmberg de Beckfelt. Met haar kreeg Bouma een dochter. De familienaam werd doorgegeven via zijn zoon Frederik Hendrik. Diens moeder was een gedoopte inlandse vrouw. Junior was werkzaam in de cultures, laatst als administrateur. De oudste van zijn twee geadopteerde zoons zette de familienaam voort, maar had voor zover bekend alleen een dochter.

De genealogie Bouma (pdf)

Door: Roel de Neve

> KLIK OP DE TITEL VAN DIT ARTIKEL OM EEN REACTIE ACHTER TE LATEN! <

Pagina 1 of 3

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén